Mijn allereerste vliegreis sinds het reizen weer enigszins kan is naar Gran Canaria. Dit eiland is samen met Tenerife een van de populairste Canarische Eilanden. Op dit moment is het zelfs een van de meest geliefde vliegbestemmingen in het algemeen. Dat is vooral te danken aan het bijna perfecte klimaat dat op Gran Canaria heerst. Zo aan het einde van september merk je dat het weer op het Europese vasteland minder stabiel wordt, maar dat het op Gran Canaria nog ronduit zomers is. Niet voor niets dat wekelijks duizenden Nederlandse zonzoekers het vliegtuig naar dit eiland pakken. In ruim vier uur vliegen stap je uit op een plek die warm, zonzeker en veilig is. Zowat de halve bevolking van het eiland is werkzaam in het toerisme of aanverwante branches. Zij zullen er alles aan doen om je vakantie op Gran Canaria vlekkeloos te laten verlopen.

Ik ben eind gisterochtend gearriveerd op de internationale luchthaven van Las Palmas. Via Sunny Cars heb ik een auto gehuurd waarmee ik direct afgedaald ben naar de warmste kant van het eiland: het zuiden. Dat is waar meer dan 95% van alle toeristen op Gran Canaria verblijft. Een redelijk deel van hen spendeert de vakantie vooral in en rond de geboekte accommodatie. Het aantal toeristen dat meer wil zien van het eiland neemt de afgelopen jaren toe. Geïnspireerd door mooie verhalen en foto’s op weblogs en in magazines trekt men er op uit om het echte Gran Canaria te zien. Want dit vakantie-eiland heeft meer te bieden dan zon, zee en zwembad. Je moet alleen wel even de moeite nemen om dit te ontdekken. Dat is dan ook wat ik de eerste volledige dag op Gran Canaria doe.



Overnachten doe ik in het RIU Palace Maspalomas Hotel. Qua ligging is dit vijfsterrenhotel een van de beste plekken waar je kunt overnachten op Gran Canaria. Je zit direct aan het mooiste duingebied van Gran Canaria: de Dunas de Maspalomas. Verder kun je van hieruit gemakkelijk naar winkels, bars en restaurants wandelen en kun je met de auto binnen tien minuten autosnelweg GC-1 bereiken, waardoor dit een goede uitvalsbasis is om andere stukken van het eiland te ontdekken. Hotel RIU Palace Maspalomas is eerder dit jaar helemaal gerenoveerd, waardoor dit iconische hotel helemaal aan de wensen van tegenwoordig voldoet. De nieuwe trendstijl die ze bij RIU hanteren slaat aan bij het publiek. Ik ben daarom blij dat ik een kamer met zeezicht heb kunnen boeken. Ik verblijf in kamer 3012, dat een geweldig uitzicht heeft op de duinen, het strand en de zee.

Vandaag ga ik geen al te grote rondrit maken. Ik zal me beperken tot het zuidoostelijke deel van Gran Canaria: wat dorpen, een aantal mooie stukken natuur en afsluiten in Playa del Inglés. Het aantal te rijden kilometers valt mee: ongeveer 110 kilometer, waarvan ongeveer een derde over de snelweg afgelegd wordt. Hierdoor kan ik vandaag even wennen aan het rijden door bergachtig vulkaanlandschap. Morgen staat er een pittigere dag op het programma.

07:00 uur – opstaan

Het lijkt erop alsof ik vroeg opsta, maar dat valt mee. Door het tijdsverschil is het op Gran Canaria een uur vroeger dan in Nederland. Voor mijn gevoel is het daarom al acht uur op het moment dat ik mijn luikjes open en opsta. Ik heb prima geslapen. Het bed is comfortabel en er heerste een aangename rust in en rond de hotelkamer. Geen last van storende geluidjes op de kamer, van buren of van buiten. Het bed zal een breed publiek aanspreken: niet te zacht, niet te hard en fijn aanvoelende lakens. Ik begrijp nooit dat dit soort essentiële onderdelen voor een goede nachtrust zelden meegenomen worden bij hotelreviews.

07:30 uur – ontbijt

Om zoveel mogelijk vrijheid te hebben, heb ik het hotel op basis van logies+ontbijt geboekt. Halfpension behoorde ook tot de mogelijkheden, maar ik geef er de voorkeur aan om voor het avondeten niet vast te zitten aan het hotel. Dat is een persoonlijke keuze. Het ontbijt kan vanaf half acht genuttigd worden. Dat gebeurt in het hoofdrestaurant van het hotel. Hier staat een uitgebreid buffet op de gasten te wachten. Voor ieder wat wils. Waar ik blij van word zijn de verschillende verse vruchtensappen die je in kunt schenken. De temperatuur is nu al prima om buiten te zitten. Ik nuttig mijn eerste maaltijd van de dag daarom buiten. Nog wel bij kunstlicht, want de zon komt hier pas tegen acht uur op.

08:00 uur – de zon komt op

Het plan was om rond acht uur in de auto te zitten. Dit plan wordt gewijzigd op het moment dat ik besef dat de zon ieder moment op kan komen. Natuurlijk wil ik dat moment even meepakken. Dat doe ik vanaf het balkon van mijn hotelkamer. Die is zo gelegen dat ik een bijna ongehinderd zicht heb op de plek waar de zon aan het begin van de dag aan de horizon verschijnt. De palmbomen die verder in mijn beeld te zien zijn, mag je niet storend noemen, toch? Nadat ik de zon in zijn geheel boven de Atlantische Oceaan en de duinen van Maspalomas uit heb zien stijgen, pak ik mijn spullen en vertrek richting de auto. Behalve mijn fotocamera en mijn wandelschoenen neem ik ook een fles mineraalwater mee voor onderweg.

de zon komt op

08:15 uur – op pad

Mijn eerste reisdoel is Barranco de las Vacas. Deze bezienswaardigheid kende ik nog niet, totdat mijn contactpersoon bij TUI deze plek tipte bij me. Na wat research op internet werd mij duidelijk dat het aantal goede parkeerplekken beperkt is tot twee auto’s en dat het overdag vrij druk kan zijn, wat afbreuk doet aan de beleving. Vandaar dat ik Barranco de las Vacas voor vandaag als eerste op het programma zet. Wie op een wegenkaart (of app) kijkt, die zal zien dat het logischer zou zijn om eerst naar Agüimes te gaan en daarna door te rijden naar Barranco de las Vacas. De mogelijke drukte later in de ochtend is de reden om het andersom te doen. Op een site had ik het volgende gelezen: “we suggest you try to be before 10:00 a.m. to avoid meeting many people”. Dat advies neem ik ter harte.



Om tien minuten voor negen arriveer ik op de plek waar twee auto’s kunnen parkeren. Volg deze link om de exacte locatie op Google Maps te vinden. Er staat al één auto geparkeerd op het moment dat ik hier arriveer. Mooi zo, want dat betekent dat er een plekje over is voor mij. Mocht hier geen plek zijn dan kun je meestal nog wel een parkeerplekje vinden op de wat grotere parking die ongeveer honderd meter terug langs de GC-550 ligt.

de plek waar twee auto's kunnen parkeren

08:50 uur – Barranco de las Vacas

Op internet staan verhalen van mensen die de Barranco de las Vacas niet hebben kunnen vinden. Met de juiste instructies moet het geen probleem zijn. Dat ervaar ik in ieder geval zelf. Vanaf de parkeerplek waar ik mijn auto heb staan steek je de weg over en dan zie je in het ravijn een voetgangerstunnel. Je ziet vanzelf het ontstane pad naar beneden lopen. Voor de zekerheid heb ik mijn wandelschoenen aangetrokken. Ik weet immers niet wat ik na de tunnel moet verwachten. Je kunt beter goede stevige schoenen aanhebben en niet verrast worden door lastige ondergrond, dan dat je op slippers zo’n ‘tocht’ begint.

Barranco de las Vacas

Het woord ‘tocht’ staat niet voor niets tussen aanhalingstekens. Je hoeft geen uren te wandelen door een kilometerslang ravijn om bij dé bezienswaardigheid van het Las Vacas ravijn te komen: de slot canyon die door watererosie een bijzondere vorm gekregen hebben. Al direct nadat ik de korte tunnel doorgelopen heb, zie ik de eerste stukken geërodeerde rotswand. Het is indrukwekkend om te zien hoe water (en misschien ook modder?) uiteindelijk voor z’n resultaat kunnen zorgen. Ik loop door een smalle kloof waarvan de wanden glad gesleten zijn en je duidelijk de verschillende kleuren van de lagen vulkanisch gesteente kunt zien.

Barranco de las Vacas

De auto die op de parkeerplek stond verraadde het al: ik ben niet de enige hier. Er zijn een drie mensen bezig aan een fotoshoot. Nu ik het licht zie, is het te begrijpen dat ze dat op dit moment van de dag doen. De smalle kloof heeft nu nog geen last van invallend zonlicht, waardoor er geen lastige contrasten ontstaan die fotograferen kunnen bemoeilijken. Het drietal stopt even met fotograferen om mij alle ruimte te geven om mijn eigen foto’s te maken. Wat ik hier zie, doet me denken aan de beroemde Antelope Canyon in Amerika. Het is een soort van kleinere versie van die kloof. Leuk om te ontdekken dat Gran Canaria dit soort bijzondere plekjes kent.

Barranco de las Vacas

Zodra er een twee groepje bezoekers arriveert, is voor mij het moment aangebroken om weer terug te wandelen. Onderweg naar de auto kom ik nog twee stellen tegen die onderweg zijn naar de fluwelen wanden van de Barranco de las Vacas. Dit is een signaal dat ik mooi op tijd geweest ben.

Barranco de las Vacas

09:40 uur – Agüimes

De plek waar de auto geparkeerd stond is niet ideaal om om te keren. Ik rijd daarom eerst een klein stukje door op de GC-550 voordat ik een overzichtelijk stukje zie waar ik veilig om kan draaien. Daarna rijd ik in tien minuten terug naar Agüimes. Dit plaatsje wordt als een van de mooiste dorpen op Gran Canaria beschouwd. Ik parkeer de auto op de openbare gratis parking die direct bij het binnenrijden van Agüimes aan de rechterkant ligt. Van daaruit loop je zo het historische centrum van Agüimes in. Ik doe dat via autovrije Calle la Viñuela die aan de overkant van de parkeerplaats ligt. Ik laat me leiden door de kerktorens van de Iglesia de San Sebastián die boven de bebouwing uitsteken.

Agüimes

Agüimes werd in het jaar 1491 gesticht. Dat is vrijwel meteen nadat de Spanjaarden Gran Canaria veroverden. Hiermee behoort Agüimes tot de oudste dorpen van het eiland. Dat is terug te zien in het historische centrum van dit fraaie plaatsje. De kathedraalachtige Iglesia de San Sebastián staat centraal. Daarvoor ligt een vrij groot plein, de Plaza del Rosario, dat dankzij het groen en de aanwezige bankjes een heerlijk rustpunt binnen Agüimes vormt. Er omheen liggen een aantal smalle straten waar de typische bouwstijl van Agüimes te zien is. Je ziet een mix van moorse architectuur met Canarische stijlelementen. Dit is wat het dorp zo uniek maakt.

Agüimes

De kerk is geopend op dit tijdstip. Natuurlijk neem ik even een kijkje van binnen. Opvallend zijn de rijke decoraties en hoe licht het binnen is. Dat is mede te danken aan de koepel die de nodige hoeveelheid daglicht binnenlaat. Het imposante neoklassieke portaal staat nu helaas nog in de schaduw. Pas in de loop van de middag wordt de voorkant van de kerk door het zonlicht beschenen.

kerk van Agüimes

Het Centro de Interpretación del Casco Histórico de Agüimes is ook geopend. In deze traditionele woning zit de toeristische dienst van Agüimes. Het grootste deel van het pand is ingericht als een gratis toegankelijk museum. Natuurlijk maak ik gebruik van deze mogelijkheid om meer te weten te komen over de geschiedenis en tradities van Agüimes. Op foto’s kun je zien hoe slecht sommige historische elementen van het dorp er halverwege de vorige eeuw bij stonden. Grootschalige restauraties hebben het hart van Agüimes de uitstraling van vroeger teruggegeven.

Centro de Interpretación del Casco Histórico de Agüime

maquette

Mocht je zelf een bezoek brengen aan dit museumpje, vergeet dan niet om achterin om de hoek te kijken. Hier sta je ineens in een oud kapelletje.

kapel

11:10 uur – Barranco de Guayadeque

Nadat ik op een terras nog even een kopje koffie gedronken heb, zoek ik mijn auto weer op. Gran Canaria telt meerdere ravijnen, de zogenaamde barranco’s. De Barranco de Guayadeque is het meest bezienswaardige ravijn van het eiland. Hier komen meerdere elementen samen: een woest landschap met veel groen en een belangrijk stukje geschiedenis. Hier woonden de oorspronkelijke bewoners in grotwoningen. Een deel van deze grotwoningen is intact gebleven en te bezoeken.

Barranco de Guayadeque

Het landschap verandert zodra ik de Barranco de Guayadeque ingereden ben. Hier is duidelijk meer groen aanwezig dan dat ik eerder vandaag gezien heb. De inheemse begroeiing zorgt voor prachtig plaatje. De doodlopende weg door het ravijn heeft een totale lengte van ongeveer acht kilometer. Er zijn vier stopplaatsen die de moeite waard zijn, waarvan ik er vandaag twee doe.

Barranco de Guayadeque

De eerste sla ik over. Dat is bij het bezoekerscentrum van Guayadeque. Als je dat wilt, kun je hier natuurlijk wel een stop inlasten en kennismaken met de geschiedenis en de gewoontes van de oorspronkelijke bewoners van dit ravijn. De tweede plek is bij een parkeerplaats aan de rechterkant van de weg. Hier staan twee informatieborden die vrijwel geheel vergaan zijn. Uit nieuwsgierigheid parkeer ik de auto en loop het onverharde pad af. Ik hoor water. Niet veel later zie ik een stroompje water. Het water loopt er vrij snel doorheen. Deze stroom is nog steeds de bron voor het drinkwater in plaatsen zoals Agüimes en Ingenio.

water in Barranco de Guayadeque

De derde plek waar je kunt stoppen is ter hoogte van Bar-Restaurant Guayadeque. Ik parkeer de auto op de kleine parking aan de overkant. Hier bij het restaurant vind je het begin van de Cuevas Bermejas. Dit is een van de belangrijkste archeologische plekken op Gran Canaria.

Barranco de Guayadeque

Hier woonden de oorspronkelijke bewoners van het eiland, de Gaunchen, al eeuwen voordat de Spanjaarden hier kwamen. Nu kun je via wandelpaden en trappetjes langs de uitgebouwen woningen wandelen. Ik doe dat natuurlijk ook, waarbij ik onderweg niet vergeet om te genieten van de mooie uitzichten binnen het ravijn. Een deel van de woningen zijn later gebouwd, verbouwd of uitgebreid, waardoor ze een moderner uiterlijk hebben.

woningen in Barranco de Guayadeque

Voordat ik met de auto terugrijdt richting Agüimes, neem ik eerst nog even een kijkje door de spijlen in de uitgehouwen grotkerk. Die vind je direct links van het restaurant. Twee beelden markeren de toegang naar dit oude kerkje.

grotkerk

12:10 uur – Santa Lucía de Tirajana

Zodra ik de Barranco de Guayadeque verlaten heb, vervolg ik mijn route over de GC-550. De weg brengt me via verschillende bochten naar hogere hoogtes. Al rijdend zie ik af hoe ik verder verwijderd raak van de kust van Gran Canaria en dieper het binnenland in trek. De hoogtes zijn hier vrij bescheiden. Op het moment dat ik Santa Lucía de Tirajana binnenrijdt, zit ik op een hoogte van ongeveer 680 meter boven de zeespiegel. Santa Lucía is een redelijk langgerekt dorp. Ik stop eerst een keertje bij het Plaza el Paradero. Hier kan ik een aantal mooie foto’s schieten. Iets zegt me dat ik hier niet in het hart van het dorp ben. Het is te rustig, ik zie geen kerk en ik kan me deze plak niet zo goed herinneren, terwijl ik tijdens mijn vorige reis naar Gran Canaria zeker te weten ook in Santa Lucía de Tirajana geweest ben.

Santa Lucía de Tirajana

Als ik pakweg 500-600 meter verder doorgereden ben, zie ik ineens een plaatje dat me wel bekend voorkomt. Dit is wat ik me herinner van Santa Lucía de Tirajana: een bijna parkachtig plein waaraan het gemeentehuis staat en de kerk van Santa Lucía die prachtig uittorent boven de traditionele woningen die gezichtsbepalend zijn voor het hart van het dorp.

Santa Lucía de Tirajana

12:45 uur – lunch

De lunch heb ik net buiten Santa Lucía de Tirajana gepland. Ik rijd een kilometer of vier zuidwaarts naar Restaurante El Alpendre de Felix. De lovende kritieken op TripAdvisor hebben ervoor gezorgd dat ik hier mijn middagmaal wil nuttigen. Voor lokale begrippen ben ik vrij vroeg. Binnen is er een tafeltje bezet en op het terras zit nog niemand. Ik ga lekker buiten zitten. Het is heerlijk weer en eenmaal terug in Nederland zal ik de komende maanden voldoende tijd binnenshuis spenderen.

El Alpendre de Felix

El Alpendre de Felix staat bekend als een uitstekend grillrestaurant en om de tapas die men hier serveert. Ik heb geen flinke honger en dus ook geen zin in teveel vlees. Het worden dus tapas. Op de standaard menukaart zit een geel briefje met gerechten bevestigd. Dat betekent vaak dat die producten vers zijn. Ik kies daarom voor twee van mijn Spaanse lievelingsgerechten: piementos de padron en albondigas. Het eerste gerecht zijn (niet hete) Spaanse pepers die in olijfolie gebakken worden en daarna met zeezout bestrooid worden.

piementos de padron

Albondigas zijn gehaktballetjes, die traditioneel in een verse saus op basis van tomaat en groentes geserveerd wordt. In dit geval lijkt de saus meer op een soort van soep. Hiermee wordt meteen verklaard waarom ik naast een mes en vork ook een lepel als bestek krijg. Er wordt brood geserveerd bij de balletjes. Ik gebruik dit om lekker in de saus te dippen. Na afloop reken ik voldaan een bedrag van 17 euro af. Dit is inclusief een watertje en de fooi.

Albondigas

13:40 uur – San Bartolomé de Tirajana

De volgende plaats die ik bezoek is San Bartolomé de Tirajana. Als je in Playa del Inglés, Maspalomas, Meloneras of San Agustin je vakantie viert, dan verblijf je in de gemeente San Bartolomé de Tirajana. Het daadwerkelijke dorp ligt zo’n 25 tot 30 kilometer ten noorden van deze badplaatsen. Het dorp lijkt in niets op deze toeristische plaatsen aan de zuidkust.

San Bartolomé de Tirajana

Het hart van San Bartolomé de Tirajana wordt ook wel Tunte genoemd. Hier lijkt de tijd soms even stilgestaan te hebben. De meeste ‘drukte’ wordt veroorzaakt door verkeer dat door het dorp rijdt en door bezoekers die hier stoppen om een drankje te doen, iets te eten of een wandeling door het dorp te maken. Ik doe hetzelfde.

San Bartolomé de Tirajana

Behalve de typisch Canarische huizen kent San Bartolomé de Tirajana een paar bezienswaardigheden die het vermelden waard zijn. Ten eerste is er de uit 1922 stammende Sint-Bartholomeuskerk. Het uiterlijk van deze Rooms-katholieke kerk voldoet aan het stijlbeeld zoals je dat elders op Gran Canaria ook vrij veel ziet. Een andere bezienswaardigheid is het standbeeld ‘Homenaje a la Mujer Tirajanera’, dat een hommage is aan de vroegere bevolking van dit gebied.

standbeeld

Ik kuier wat door de straten van San Bartolomé de Tirajana, geniet waar dat kan van het uitzicht, drink een glaasje frisdrank op een terras en zie tussentijds toeristen komen en gaan. Het wordt op geen enkel moment druk, waardoor de sfeer van het dorp bewaard blijft.

uitzicht vanuit San Bartolomé de Tirajana

14:30 uur – Fataga

Via de GC-60 vervolg ik mijn rondrit in zuidelijke richting, in de richting van Playa dél Ingles en Maspalomas. De weg is redelijk bochtig en soms aan de smalle kant. De asfaltlaag is mooi strak. Het is best prettig autorijden zo. Ineens zie ik een dorp opduiken dat gekenmerkt wordt door witte huizen met rode pannendaken. Op basis van een beschrijving die ik op wikipedia gelezen heb, weet ik dat dat Fataga moet zijn. Dit bergdorp staat dankzij het dorpsgezicht met de typisch Canarische huisjes op de nominatie om op de werelderfgoedlijst terecht te komen.

uitzicht op het dorp Fataga

De auto wordt geparkeerd ter hoogte van een woning waar buiten verschillende kunstwerken staan. Over het hoe of wat kan ik niets terugvinden. Het lijkt me dat hier een kunstenaar woont en/of werkt. Wie of wat is mij onbekend.

Fataga

Ik loop van hieruit een stukje naar het noorden, waar ik in het hart van Fataga terechtkom. Hier staat de Iglesia de San José aan het Plaza de San José. Het kleine kerkje, dat stamt uit het jaar 1880, is gesloten. Op het plein zitten een paar locals die volgens mijn wat alledaagse dingen aan het bespreken zijn. Verder heerst er totale rust in dit pittoreske plaatsje. Het winkeltje waar aardewerk en verschillende handgemaakte souvenirs verkoopt, lijkt net te sluiten.

Fataga

Via een autovrij bergpad loop ik het historische deel van Fataga in. Het is een charmant plaatsje, dat weinig levendigheid biedt. Dit is authenticiteit ten top. Ik volg de bordjes die de richting aangeven naar Bodega El Rincon. Daar aangekomen blijkt deze horecazaak gesloten te zijn. Het is wat het is. Ik wandel op mijn gemak terug naar de auto en verlaat Fataga.

Fataga

15:15 uur – Mirador De La Degollada De Las Yeguas

Het landschap van Gran Canaria zorgt voor prachtige uitzichten. Helaas kun je niet overal zomaar eventjes stoppen om op je gemak even een foto te maken. Gelukkig zie je verspreid over het eiland zogenaamde ‘miradors’. Dit zijn uitzichtpunten die ideaal zijn om op je gemak en in alle veiligheid van de adembenemende uitzichten te kunnen genieten. Op ongeveer tweederde van de route Fataga-Maspalomas zie ik een bordje ‘Degollada Las Yeguas’ met het icoon erbij dat op de Canarische Eilanden een uitzichtpunt symboliseert. Ik twijfel geen moment en rijd de parkeerplaats op.

Mirador De La Degollada De Las Yeguas

Oh, wat ben ik blij dat ik dat gedaan heb. Het Mirador De La Degollada De Las Yeguas is een uitstekende plek om een blik op het vulkanische berglandschap van Gran Canaria te werpen. Je kijkt hier uit over het ravijn van Fataga. Op dit tijdstip is het complete uitzicht mooi verlicht door de zon. Die staat nu in de rug.

Mirador De La Degollada De Las Yeguas

15:40 uur – Mundo Aborigen

Ik spendeer een kwartier bij het Mirador De La Degollada De Las Yeguas. Daarna rijd ik nog een kilometer zuidwaarts om bij Mundo Aborigen uit te komen. Mundo Aborigen is een openluchtmuseum war je kunt zien hoe de eerste eilandbewoners leefden, werkten en hun doden begroeven. Door middel van nagebouwde ronde stenen woningen kun je zien hoe het leven er hier vroeger uitgezien moet hebben. Met beelden worden dagelijkse taferelen nagebootst, zodat je een goede indruk krijgt van de inheemse cultuur zoals die hier jarenlang plaats heeft gevonden. Omdat ik mijn ticket voor Mundo Aborigen vooraf online gekocht heb, kan ik direct naar binnen.

Mundo Aborigen

Mundo Aborigen

Met behulp van een plattegrondje en de geplaatst wegwijzers maak ik een ruim één uur durende wandeling door het openluchtmuseum. Het is een leerzame ervaring die mij meer inzichten biedt in hoe het leven hier vroeger geweest moet zijn. Vanwege de niet al te hoge toegangsprijs (een tientje) zou ik het niet laten om deze stop te maken. Mocht je echt slecht ter been zijn of zelfs in een rolstoel zitten, dan wordt het een ander verhaal. De natuurstenen paden zijn hobbelig en kennen hoogteverschillen. Dankzij deze hoogteverschillen kun je ook vanuit Mundo Aborigen genieten van fraaie vergezichten.

uitzicht vanaf Mundo Aborigen

17:25 uur – chillen aan het zwembad

Als je een geweldig hotel met fantastische zwembaden boekt, dan wil je daar ook even van genieten. Ik twijfelde nog even om na Mundo Aborigen nog even naar Puerto de Mogan te rijden. Na een periode zonder vliegreizen sta ik zowat te stuiteren van de adrenaline. Toch wint de drang naar het zwembad het dit keer. De temperaturen liepen vandaag in het binnenland op naar waardes die boven de 30 graden Celsius uitkwamen. Op dit moment geven de thermometers nog 29 graden aan, waardoor de keuze voor het zwembad snel gemaakt is.

chillen aan het zwembad

Voordat ik het water in ga spoel ik me even af. Er zal heus wel wat zweet en stof aan mijn lijf kleven. Daarna ga ik het water in. Het water is direct aangenaam. Ik schat dat de watertemperatuur rond de 28 tot 29 graden ligt. Een deel van de tijd in het zwembad spendeer ik op de in het bad aangebrachte ligbedden. Heerlijk even voor walrus spelen, zo. Daarna vlij ik mij neer op een van de bedjes die rond het zwembad staan. Ik laat de zonnestralen mijn huid opdrogen, terwijl ik lekker lig te mijmeren. Tegen zeven uur loop ik via de tuin vol palmbomen naar boven.

de tuin vol palmbomen

Er is een verrassing op mijn kamer weggezet terwijl ik aan het zwembad lag. Op de salontafel staat een schaal met fruit, een fles water en twee flesjes met bubbels. Een leuke attentie die zeer gewaardeerd wordt. Het fruit kan overdag mooi mee als tussendoortje, de Freixenet bewaar ik voor in de avonduren. Om geen valse verwachtingen te scheppen voor wie een vakantie boekt in RIU Palace Maspalomias: deze attentie heb ik te danken aan het feit dat men bij RIU weet waarvoor ik op Gran Canaria ben. Ik heb voor later deze week bezoeken aan een aantal andere RIU-hotels ingepland.

19:30 uur – diner bij Iberico J. Cruz

Via TripAdvisor heb ik restaurant Iberico José Cruz gevonden. Gebaseerd op de recensies die ik lees zou dit zomaar het beste restaurant in het zuiden van Gran Canaria kunnen zijn. Reserveren is hier sowieso een must. Het restaurant telt slechts zo’n zes tafels en kan maximaal 19 gasten tegelijkertijd ontvangen. Wil je hier gaan eten (en ik kan alvast gaan verklappen: dat wil je), dan kun je niet zomaar binnenstappen. Ik heb mijn reservering gisteren gemaakt.

Iberico J. Cruz

Ik laat de auto bij het hotel staan en neem een taxi. Ik laat een goede maaltijd graag door een lekker drankje begeleiden. Dan moet je je laten rijden. Voor de kosten hoef ik het niet te laten. Voor vijf euro zet de chauffeur mij voor het restaurant af. Ik kom terecht op een plek in Maspalomas waar je als toerist niet zo snel komt als je niet weet dat hier een aantal leuke restaurants zit. Lang leve internet!



Het belooft een feestje te worden. Alleen al de manier waarop de zaak zijn producten presenteert laat zien dat ze er over nagedacht hebben. De menukaart haal ik op via de QR-code op mijn tafel. Sinds de uitbraak van COVID-19 zie je dit wel meer. Erg handig, moet ik zeggen. Dit is toch veel hygiënischer dan de ouderwetse menukaarten? De online menukaart is er in vier talen: Spaans, Engels, Duitse en Frans. Ik bestel wat tapas als voorgerecht: lokale kaas, Iberico ham die 5 jaar gerijpt heeft en Canarische aardappelen. Die kun je alleen op de Canarische Eilanden eten. Het zijn in zout bereide krieltjes met daaroverheen een ‘salsa rojo’. Een rood sausje, dus.

Gelukkig zeg ik ‘ja’ op de vraag of ik brood vooraf wil hebben. Dit is het soort brood waarvoor je speciaal naar Gran Canaria zou vliegen. De combinatie van het warme luchtige brood met de 3 soorten zout en olijfolie kan ik alleen maar goddelijk noemen. Het restaurant heeft zijn visitekaartje afgegeven.

het warme luchtige brood met de 3 soorten zout

De drie schaaltjes met tapas voldoen evengoed aan de hoge verwachtingen die ik inmiddels heb. Mooie smaken en netjes gepresenteerd. Meer kan ik er niet over zeggen. Misschien dat ik de stukjes ham gesneden heb zien worden.

drie schaaltjes met tapas

Het hoofdgerecht is Iberische varkenshaas met een saus van gereduceerde Pedro Ximénez sherry met gekarameliseerde uien. Een vrij zoet gerecht dat geserveerd wordt met aardappelschijfjes en wat gegrilde paprika. Om de beleving af te maken laat ik er een glas Rioja bij schenken. Deze rode wijn van het Spaanse huis Cueva de Lobos houdt zich prima staande naast mijn gerecht.

Iberische varkenshaas

In totaal reken ik 37 euro af, inclusief de fooi. Voldaan neem ik een taxi terug naar het hotel.

21:25 uur – afzakkertje in het hotel

Nadat de taxi mij afgezet heeft bij het hotel wil ik nog niet naar mijn kamer gaan. De muziek die ik vanuit de hoteltuin hoor lokt me nog even naar het terras. Een trio staat daar op een podium een lekker stukje muziek te maken. Lekkere swingende hedendaagse nummers die goed uitgevoerd worden. Alledrie de artiesten zijn vocaal vrij goed en samen vormen ze een leuke mix. Ik ben niet de enige die van de show geniet. Ze hebben het publiek enthousiast gemaakt, wat te merken is aan het meeklappen met de muziek en het applaus tussen de nummers door.

afzakkertje in het hotel

RIU Palace Maspalomas heeft een vrij uitgebreide cocktailkaart. Dat is een van de voordelen van deze Spaanse hotelketen: wie van cocktails houdt die heeft hier volop keus. Mijn hotel heeft geen all-inclusive formule. Ik betaal 9,95 euro voor een mojito, wat een vrij gangbare prijs voor deze van oorspronkelijk Cubaanse cocktail is. Ze weten hoe het hoort: ik krijg er een schaaltje pinda’s bij geserveerd. Rond half elf taai ik af en ga naar mijn kamer. Niet veel later lig ik op bed, terugkijkend op een leuke dag op Gran Canaria.

mojito

Deze dag inkorten?

Vind je deze dag te lang of te veel? Dan is deze op verschillende manieren in te korten. Je kunt in de ochtend Barranco de las Vacas, het bezoek aan Agüimes of de rit door de Barranco de Guayadeque gemakkelijk er tussen uit halen. Een andere optie is om een stop in een van de dorpen Santa Lucía de Tirajana, San Bartolomé de Tirajana of Fataga er tussenuit te halen. Aan het einde van de dag kun je een bezoek aan Mundo Aborigen overslaan, als je dit niet zo boeiend vindt. Vanuit Fataga kun je dan rechtstreeks doorrijden naar je hotel.