Veel bestemmingen lenen zich prima voor een vakantie van één dag.

Fuerteventura verkennen met een huurauto

Fuerteventura is een van de Canarische Eilanden. Qua populariteit onder Nederlandse toeristen staat Fuerteventura van alle eilanden die tot deze archipel behoren op de vierde plek. Waar het aan ligt dat Nederlanders eerder kiezen voor Gran Canaria, Tenerife of Lanzarote? Ik weet het niet. Het klimaat van Fuerteventura is net zo prettig, de accommodaties zijn hier prima en de stranden zijn misschien wel de beste van de hele Canarische Eilanden. Misschien heeft Fuerteventura het wel te danken aan het feit dat het toerisme hier sowieso wat minder massaal is. Gelukkig ben jij als lezer wel geïnteresseerd in Fuerteventura. Want anders was je niet begonnen om dit verslag te lezen.

Deze dag op Fuerteventura vindt plaats op het moment dat in Nederland de klimatologische lente aangebroken is. Nadat we de afgelopen jaren in maart redelijk vaak verwend zijn geweest met mooi lenteweer, zit het nu wat tegen. Koude noorden- en oostenwinden worden afgelost door wisselvallige dagen. Voor mij een teken om een oord met beter weer op te zoeken. In dit geval werd dat dus Fuerteventura. De afgelopen dagen was het zonnig en zo’n 20 tot 22 graden. Het is heerlijk weer, zeker nu de wind zich niet laat voelen. Prima weer voor op het strand, maar ook uitstekende omstandigheden om er lekker op uit te trekken. En dat doe ik dus vandaag.

Mijn doel is om in een dag tijd een stukje van het echte Fuerteventura te ontdekken. Dat doe ik in het centrale deel van het eiland. Ik vul mijn dag aan met een paar kustplaatsen. Ik wil de lezer alvast waarschuwen: ik heb er best wel een volle dag van gemaakt. Niet iedereen zal voor zo’n vol programma kiezen. Het goede nieuwe: je zou gemakkelijk de duinen van Corralejo en/of de vuurtoren en het strand bij El Cotillo van het programma af kunnen halen. Of later op de dag de grotten van Ajuy er uit kunnen late. Dat geeft meer ruimte binnen je dag. En de rit aan het einde naar Pozo Negro en Poblado de la Atalayita is er natuurlijk gemakkelijk af te halen.

Om de rondrit over het eiland te kunnen maken, heb ik enkele weken voor mijn vertrek naar Fuerteventura mijn auto gereserveerd. Dat doe ik zoals altijd via Sunny Cars. Deze autoverhuurder staat voor ‘auto huren zonder zorgen’. Geen gedoe met hoge eigen risico’s, onverwachte toeslagen of uitsluitingen van verzekeringen. Ik heb dit keer een nieuw model Hyundai Tucson meegekregen. Een heerlijke auto om hier mee rond te rijden. Ik betaal voor een week ongeveer 290 euro. Dat is aanzienlijk minder dan de 595 euro die reisorganisatie Sunweb mij voor een soortgelijke huurauto aanbood toen ik naar Fuerteventura afreisde.

Mijn dag op Fuerteventura begint vanuit het Sheraton Fuerteventura Beach, Golf & Spa Resort in Caleta de Fuste. Dit zeer aangename vijfsterrenhotel kende ik nog van mijn vorige reis naar Fuerteventura. Het is ideaal gelegen: direct aan het strand en door de centrale ligging is het een perfecte uitvalsbasis voor uitstapjes over het eiland. Ik kon dit keer de reis naar Sheraton Fuerteventura met aanzienlijke korting boeken via Sunweb. De gehele reis (vluchten met Transavia en verblijf+hotel) was goedkoper dan wanneer ik via de goedkoopste website alleen de hotelkamer zou boeken. In dit soort gevallen loont het dus echt om via een reisorganisatie te boeken.

7:00 uur – opstaan en ontbijten

Ik ben thuis geen uitslaper en ook op reis sta ik het liefste een beetje bijtijds op. Voor mijn doen voelt om 7 uur opstaan al bijna als uitslapen. In een klein half uurtje tijd doe ik mijn ochtendroutine en ben klaar om weg te gaan. Ontbijten doe ik in het hotel. Mijn verblijf is op basis van logies + ontbijt. Het ontbijt wordt in de vorm van een uitgebreid buffet aangeboden. Alles wat je verwacht van een hotel in deze klasse, is aanwezig. Inclusief een aantal lokale kazen, voldoende dieetopties (glutenvrij, lactosevrij en caloriearm) en lekkere versgeperste vruchtensappen.

8:00 uur – op pad

Klokslag acht uur stap ik mijn huurauto in. Het is een nieuw model Hyundai Tucson. Zeker in combinatie met de soepele dieselmotor is dit een heerlijke auto om over Fuerteventura te rijden. De auto heb ik zoals altijd via Sunny Cars geboekt. Dit bedrijf staat er om bekend dat je er een auto huurt zonder zorgen. Je gaat volledig verzekerd op pad en mocht je toch een ongeluk(je) hebben, dan krijg je je eigen risico terugbetaald door Sunny Cars.

Op het moment van wegrijden is het flink bewolkt. Ik hoop (en verwacht) dat het goed gaat komen. Fuerteventura kent een flink aantal zonuren per jaar en uit ervaring weet ik dat de lucht op het eiland vrij snel open kan trekken. Ik begin de rit in noordelijke richting, waarbij ik om de hoofdstad Puerto del Rosario heen rijd. Die laat ik figuurlijk links en letterlijk rechts liggen.

8:35 uur – Parque Natural de Corralejo

Mijn eerste bestemming is het Parque Natural de Corralejo. Ik ben het nationale park ingereden. Landinwaarts en achter mij zie ik vooral nog dikke bewolking, maar hier lijkt het helemaal open te trekken. Ik maak mijn eerste stop bij Playa el Moro. Dit is een prachtig goudgeel zandstrand, waar de zee verschillende kleuren blauw laat zien. Het schijnt een prima plek te zijn om te surfen. Ik zie drie surfers het water in gaan met hun planken, waarna ik mijn weg weer vervolg.

Playa el Moro

Niet veel later begeef ik me in een prachtig duinlandschap. Dit moet wel een van de grootste stranden zijn die ik ooit in mijn leven gezien heb. Volgens mij is het in totaal een kilometer of vijf tot zes lang.

Iets verderop zie ik ineens twee grote gebouwen opdoemen. Dit zijn de enige twee hotels die op dit enorme stand te vinden zijn. Beide hotels zijn van de RIU-keten. Ik vraag me af hoe het kan dat het toch twee van dit soort enorme bouwwerken midden in het nationaal park staan. Het feit dat RIU een Spaanse keten is, zal misschien hier in mee gewerkt hebben. Ik kan het alleen maar gokken.

RIU hotels

Van hieraf kun je het kleine Isla los Lobos en het daar achter gelegen Lanzarote heel goed zien liggen. Zeker nu de zon voor mij aan de gunstige kant staat.

Ik maak nog een derde stop net voorbij de hotels. Dit is bij Playa Grande. Als ik hier de auto parkeer is het nog zo’n driehonderd meter lopen totdat ik aan de waterkant ben. Onderweg geniet ik van het fijne zand onder mijn voeten en de warme zonnestralen op mijn gezicht.

Playa Grande

Het is duidelijk eb, waardoor het lavagesteente voor het strand bloot is komen te liggen. Hierdoor heeft dit stuk strand duidelijk een ander uiterlijk nu dan de twee stranden die ik net gezien heb.

Iets wat typisch voor Fuerteventura is, zijn de van lavasteen gebouwde kommen waarin je kunt gaan liggen. Deze zijn gemaakt om je te beschermen tegen de soms harde noordelijke winden die hier over het strand kunnen waaien.

van lavasteen gebouwde kommen

09:25 uur – naar de andere kant

Nadat ik mijn mooie plaatjes heb geschoten van misschien wel de mooiste stranden van Fuerteventura stap ik in mijn auto om naar de westelijke kant van het eiland te rijden. Dat klinkt spannender dan het is, want het eiland is lang maar smal. Het zal dus een relatief korte rit worden.

Je zult misschien in de gaten hebben dat ik Corralejo oversla. Dat heeft niets te maken met de plaats op zich. Het is een prima plek om op vakantie te gaan. Het is echter niet bijzonder genoeg om er te stoppen. Ik kies ervoor om door te rijden.

naar de andere kant

09:40 uur – koffie met wat lekkers

Zodra ik door het dorp Lejares rijd, zie ik verschillende koffie zaakjes. Aan het einde van het dorp kom, parkeer ik de auto en stap bij Pastelo binnen. Deze koffiezaak is de basis van zelfbediening en heeft een flink terras. Ik was voornemens om alleen maar een koffie te nemen, maar het gebak zitten te lekker uit. Ik neem er een lekker puntje appeltaart bij. Voor de cappuccino, een puntje gebak en een flesje water reken ik € 7,10 af. Dat doe ik contant, want pinnen gaat hier niet.

Pastelo

koffie met wat lekkers

10:25 uur – Faro El Tostón

Tegen half elf kom ik aan bij de Faro El Tostón. Dit is een prachtige vuurtoren die in 1897 gebouwd is. De schoonheid zit hem vooral in de ligging. De rood-witte toren vormt door zijn geïsoleerde ligging een fraai contrast met zijn omgeving. De vuurtoren is nog steeds actief en is sinds de bouw meer dan eens verbouwd om hem aan te passen aan de behoeften die ontstonden, tot hij de huidige structuur met drie torens kreeg. Alleen de laatst gebouwde en hoogste toren (30 meter) is nog actief als vuurtoren.

Faro El Tostón

In de vuurtoren is tegenwoordig het museum van de traditionele visserij (Museo de pesca tradicional) gevestigd. El Cotillo is altijd nauw verbonden geweest met de visserij, de activiteit die de families in dit gebied al tientallen jaren van voedsel voorziet. Zelfs nu, met de opkomst van het toerisme, blijft El Cotillo de voor haar kenmerkende zeevarende sfeer behouden. Daarom herbergt de vuurtoren van Faro del Tostón al jaren een Museum van de traditionele visserij dat tot doel heeft alle vissers te eren die hun werk tot kunst hebben verheven.

Ik heb pech, want er staan hebben en rode linten om de vuurtoren en de ernaast staande oude vuurtoren. Het is dus gesloten, waardoor een bezoek aan het museum hier uitgesloten is. Toch doet het aan de beleving weinig af, want dit is zonder enige twijfel een van de mooiste plekjes van het eiland. Je hoort en ziet de golven op de kust bonken en de vuurtoren is het enige bouwwerk in een omtrek van ongeveer 2 kilometer.

Faro El Tostón

De rit ernaar toe was op zich ook al de moeite waard. Je ziet hier duidelijk ander deel van Fuerteventura. Hier zie je hoe de krachten van de natuur samenwerken en het landschap vormen zoals het nu is. Daardoor zijn er in de buurt van de vuurtoren enkele natuurlijke zwembaden ontstaan.

Vlak nadat ik hier gearriveerd ben, komt er ook een bus van TUI aan. De hele buslading toeristen stapt uit en loopt rondom de vuurtoren. Gelukkig heb ik net op tijd mijn foto’s gemaakt. Ik begrijp het dat mensen vanwege uiteenlopende redenen met een bus op pad gaan. Maar als ik de keuze heb, bepaal ik liever mijn eigen tempo en route, zoals ik dat vandaag ook doe. Op die manier kan ik ook op mijn gemak foto’s schieten zonder dat dezelfde toeristen iedere keer in mijn zoeker verschijnen.

bus met toeristen

10:40 uur – Playa la Concha

Vlak voordat ik door El Cotillo rijd, maak ik een snelle stop bij Playa la Concha. Dit strand combineert het beste van twee werelden: je hebt een heerlijk fijn zandstrand om op te liggen, terwijl je uitkijkt op de best ruwe zee. Op het strand ligt een flinke plas water die ideaal is voor de jonge kinderen. Die wil je niet blootstellen aan de flinke golfslag van de zee.

Playa la Concha

Opvallend is het bord bij de ingang van het strand waarop vermeld staat dat je hier geen stenen constructies mag maken zoals ik die daarstraks aan de andere kant van het eiland wel zag. Je weet dus dat het hier lastig is om beschutting te zoeken tegen de nadrukkelijk aanwezige wind. Ik meen me te herinneren dat die kommen er tien jaar geleden – tijdens mijn laatste bezoek aan Fuerteventura- nog wel waren.

11:15 uur – La Oliva

De route naar La Oliva is door een overwegend vlak landschap. Onderweg zie je de nodige vulkanische heuvels opdoemen. In La Oliva parkeer ik de auto op de parking tegenover de kerk. Parkeren is gratis, zoals eigenlijk overal op Fuerteventura.

Ik breng een bezoek aan de kerk van La Oliva. Deze Iglesia de Nuestra Señora de la Candelaria werd gebouwd in de 17e eeuw en kende zijn gouden tijd tussen de 17e en de 19e eeuw, toen de bourgeoisie van het eiland het vaak gebruikte voor religieuze ceremonies. In de 20e eeuw werd het uitgeroepen tot een plek van cultureel belang.

La Oliva

De houten en handbeschilderde preekstoel stamt uit de achttiende eeuw. Het is een van de pronkstukken van deze kerk. Erg fraai is ook het houten plafond dat hier aangebracht is. Er zijn nog tal van andere details die van deze kerk een mooie bezienswaardigheid maken. Op internet kun je uitgebreide beschrijvingen vinden. Mijn advies is om als je in de buurt bent zeker even naar binnen te stappen. Voor de Nederlanders onder ons: dat is gratis.

houten en handbeschilderde preekstoel

Het Casa de los Coroneles stond ook op mijn lijstje om te bezoeken. Dit historische gebouw maakte tijdens mijn vorige bezoek aan Fuerteventura veel indruk op mij. Het was ooit de zetel van de kolonel van het eiland en herbergt nu een kunstgalerie. Casa de los Coroneles werd gebouwd in een Canarisch-Andalusische stijl. Gebouwd in de 18e eeuw, toen veel bewoners van het eiland geen enkel raam in hun woning hadden, was de aanblik van de zestien ramen in de voorgevel van het landhuis een bewijs van de autoriteit en rijkdom van de bewoners. Veel kenmerken van het huis zijn ontworpen om een boodschap van macht af te geven.

Een bezoek aan het Casa los Coroneles zit er dit keer niet in. Het is vanwege renovaties tijdelijk gesloten. Helaas, pindakaas. Naslag op internet leert me dat het monumentale pand al sinds 10 maart vorig jaar tijdelijk dicht is vanwege de opknapbeurt, maar dat nog niet bekend is wanneer het weer geopend zal zijn voor het publiek.

Casa los Coroneles

11:45 uur – Montaña de Tindaya

Via de FV-30 rijd ik in zuidwestelijke richting. Aan mijn rechterkant zie ik een berg die uit het niets omhoog lijkt te komen. Het is de 401 meter hoge Montaña de Tindaya. De berg werd door de prekoloniale plaatselijke bevolking als een heilige plaats beschouwd, en staat tegenwoordig ook bekend als de Heilige Berg (Spaans: Montaña Sagrada).

Door zijn ligging in het midden van een vlakte die Llano del Esquinzo heet, is de Montana de Tindaya zichtbaar vanuit vele delen van het eiland, ook vanuit Mirador Morro Velosa. Als je op heldere dagen naar de top van de Montana de Tindaya gaat, kun je zelfs de berg Teide op Tenerife en de Pico de la Nieves op Gran Canaria zien.

Montaña de Tindaya

11:55 – Mirador de Vallebron

Iets verderop sla ik linksaf, de FV-103 richting Vallebrón in. Deze weg is aanzienlijk steiler en bochtiger dan de route zoals ik hem tot nu toe vandaag gereden heb. Ver hoef ik niet te rijden. Na nog geen twee kilometer kom ik aan bij mijn volgende reisdoel: de Mirador de Vallebrón. Een ‘mirador’ is een uitzichtpunt en naar het schijnt, zou je hier een van de mooiste panoramische uitzichten van Fuerteventura kunnen ervaren.

Mirador de Vallebron

Ik parkeer mijn bolide op de gratis parkeerplaats en loop ik naar het pad dat naar boven leidt. In een rustig tempo wandel ik in ongeveer tien minuten naar het bovenste uitzichtplatform. Vanaf deze plek kijk je in oostelijke richting de vallei in en zie je in oostelijke richting de nog steeds imposante Montaña de Tindaya liggen, die vanaf deze plek wel wat minder hoog lijkt.

uitzicht vanaf Mirador de Vallebron

12:45 uur – Molino de Tefia

De volgende stop is in het landelijke gelegen dorp Tefía. Tijdens deze ongeveer tien minuten durende autorit blijf ik genietend om me heen kijken. Tefía is vroeger van een welvarend plattelandsdorp getransformeerd tot een spookdorp. Door het opkomend toerisme trokken de inwoners richting de kust, om daar hun geld te verdienen. Inmiddels is Tefía weer helemaal opgeknapt en is het dorp grotendeels een openluchtmuseum. Ik bezoek het museum dit keer niet, maar rijd meteen door naar een van de fotogeniekste plekjes van het eiland. Dat is bij de Molina de Tefía.

Molino de Tefia

De Molina de Tefía is een van de historische windmolens die je op verschillende plekken op het eiland nog tegen kunt komen. Dit exemplaar is door zijn uitstekende staat en de schitterende ligging de mooiste. Als je gave foto’s wilt maken voor bijvoorbeeld je social media, dan met je hier even naartoe rijden. Ik doe wat de andere toeristen hier ook doen: ik schiet mijn plaatjes en rijd weer door.

13:10 uur – Mirador de Guise y Ayose

Via de aanzienlijk bochtigere FV-30 rijd ik naar Betancuria. Onderweg zijn er nog twee momenten om te stoppen. De eerste is om even vanaf een parkeerplaats van het weidse vergezicht te genieten.

Zo’n achthonderd meter verderop ben ik op het bekendste uitzichtpunt van Fuerteventura: Mirador de Guise y Ayose. Je herkent deze plek aan de twee enorme beelden die hier staan. Deze indrukwekkende bronzen beelden van de oude koningen van Jandía en Maxorata, Guise en Ayose, zijn meer dan vier meter hoog. Het uitkijkpunt van Guise en Ayose op Fuerteventura is een must geworden voor alle toeristen die naar het eiland reizen en die in hun route een stop bij de imposante beelden opnemen om van de grootsheid van de bergen te genieten.

Mirador de Guise y Ayose

Aan de andere kant van het uitzichtpunt heb je uitzicht op de bergen Morro Velosa, La Atalaya en Morro de la Cruz. Aan het einde van de vallei zie ík Betancuria al liggen. De borden waarschuwen me dat ik eerst nog 3 kilometer bochtige weg voor me heb, voordat ik in Betancuria ben.

uitzicht vanaf het Mirador de Guise y Ayose

13:30 uur – Betancuria

Bij het binnenrijden van Betancuria zorgt een bord ervoor dat er geen twijfel bestaat over de schoonheid van deze voormalige hoofdstad van Fuerteventura. Betancuria is genoemd naar Jean de Béthencourt, die de stad in 1404 samen met Gadifer de La Salle stichtte. Direct achter de naamplaats staat er dat dit een van de ‘pueblos mas bonitos de España’ is. Een officiële erkenning dat het tot de mooiste dorpjes en kleine stadjes van Spanje behoort. Het is zichtbaar druk, maar ik heb geluk bij het vinden van een parkeerplek. Er rijdt net een auto weg, zodat ik de daardoor vrijgekomen plek kan gaan bezetten.

Betancuria

Ik loop direct het historische centrum van Betancuria in. Op internet heb ik gelezen dat het ruim zes eeuwen oude schattige stadhuis maar tot twee uur zijn poort open heeft. Ik pak dus even mijn momentje om een kijkje te nemen. Meer dan een momentje is het niet. Dit is waarschijnlijk het kleinste stadhuis dat ik in mijn leven gezien heb.

stadhuis van Betancuria

Ik heb inmiddels wel trek gekregen. Dit is een goed moment om het middagmaal te nuttigen. Dat doe ik bij het in het hart van het historische centrum gelegen Casa Santa Maria. De reviews zijn redelijk goed en de prijzen liggen wat hoger dan gemiddeld op het eiland. Maar dat is de prijs die je vrijwel altijd betaalt voor het eten op een toeristisch interessante plek.

Casa Santa Maria

Op het terras is helaas geen plek meer. Ik moet het dus doen met een tafeltje binnen. Jammer, maar het zij zo. Ik bestel ‘mojama’, dat is gemarineerde gedroogde tonijn die in dunne plakjes gesneden is. Wat olijfolie, enkele amandelen en wat saffraan maken het gerecht af. Daar bestel ik de Canarische aardappeltjes bij, die met een huisgemaakte ‘mojo’ geserveerd wordt. Als drankje neem ik een half litertje water.

lunch

lunch

Het eten is aardig. De aardappeltjes zijn zoals je ze verwacht. Niets op aan te merken. De tonijn is duidelijk te zout naar mijn smaak. Erg jammer, want zo gaat de smaak van de vis verloren. Met het knoflookbroodje erbij reken ik € 26,30 af. Dat is best wat, als je kijkt wat ik op heb.

plein

Het is geen lunch waarover ik thuis uitgebreid op zal scheppen. Het restaurant is wat betreft uitstraling echt de moeite waard. Wat betreft het eten heb ik misschien het verkeerde besteld en heb ik een van de specialiteiten van het huis moeten nemen? Ik weet het niet.

Na het middagmaal breng ik een bezoek aan de kerk van Santa Maria de Betancuria. Die werd gebouwd in 1410 en was van 1424 tot 1431 de kathedraal van het bisdom Fuerteventura. De architectuur van deze rooms-katholieke kerk is volledig opgetrokken uit witte steen, met drie schepen, een Mudejar-geïnspireerd dak en een vierkante toren.

Santa Maria de Betancuria

Om de Iglesia de Santa María de Betancuria te bezoeken moet je entreegeld betalen. De prijs van twee euro vind ik meer dan schappelijk en betaal ik er graag voor. Op die manier draag je toch bij aan het behoud van dit soort historische plekken. Bij binnenkomst zie ik een barok altaarstuk uit de 17e eeuw dat de beeltenis van Nuestra Señora de la Concepción (Onbevlekte Ontvangenis) uitbeeldt. Je vindt er ook andere Franciscaans geïnspireerde beelden en een groot aantal traditionele christelijke elementen.

Nuestra Señora de la Concepción

Op het plein voor de kerk zit een gitarist mooie deunen te produceren. Straatartiesten kunnen je irriteren of bekoren. Dit is er eentje van de laatstgenoemde categorie. Hier gooi ik met alle liefde een euro in zijn gitaarkoffer, als dank voor zijn bijdrage aan deze leuke dag op Fuerteventura.

gitarist

14:50 uur – Vega de Rio Palmas

Na tien minuten rijden arriveer ik in Vega de Rio Palmas. Dit keer maak ik hier alleen een stop voor een foto van de kerk. Dat kan alleen maar aan de buitenkant, want de deur is nu gesloten. Mijn tip voor jou als lezer: mocht je het dagschema van mij aan willen passen en een goede plek zoeken voor een lunch of gewoon een drankje: ga hier bij Bodega Don Antonio zitten. Geniet van authentiek eten op een heerlijk plekje. Als er geen verkeer is dan hoor je vooral de verschillende vogeltjes. Ik rijd nu na een paar minuten weer door, want ik heb mijn lunch al gehad.

Vega de Rio Palmas

15:00 uur – Mirador Las Peñitas

Na de nodige bochtjes kom ik aan bij nog een uitzichtpunt dat ik vanwege het uitzicht niet kan negeren. Tijd dus voor nog even een korte stop. Ik sta hier op een hoogte van 338 meter. Wat opvalt is hoe groen het in het dal is. Zo’n concentratie van bosjes zie je maar weinig op dit eiland.

Mirador Las Peñitas

Terwijl ik sta te fotograferen komt er een eekhoorntje naar mij toe. Deze op dit soort parkeerplaatsen veelvuldig aanwezige knaagdieren zijn het gewend om door mensen gevoerd te worden. Op sommige plekken staan borden waarop vermeld staat dat dit niet mag. Het zal de meeste toeristen niet tegenhouden om het toch te doen.

eekhoorntje

Na deze stop wordt de weg smaller. Dit stukje van de FV-30 wordt als een van de meer uitdagende stukjes route op Fuerteventura gezien. Hier kunnen auto’s elkaar net kruisen. Veel ruimte blijft er niet over. Kwestie van geconcentreerd en defensief rijden, dus.

wegversmalling van de FV-30

15:25 uur – Ajuy

Het dorpje Ajuy ligt aan de westkust van Fuerteventura. Al bij aankomst zie ik hoe krachtig de zee hier is. De golven zijn hier hoger dan op de andere plekken die ik op het eiland gezien heb. Deze enorme natuurkrachten hebben ervoor gezorgd dat je in Ajuy een van de top bezienswaardigheden van Fuerteventura kunt bezoeken. Het zijn de grotten van Ajuy.

Ajuy

Ik parkeer de auto op de parkeerplaats naast het zwarte zandstrand. Daar ligt het toegangspad naar de grotten. Ik bewonder eerst het strand en de zee, lees alle geboden/verboden en wandel naar boven.

wandelpad naar de grotten van Ajuy

wandelpad naar de grotten van Ajuy

Het pad is prima te doen, tenzij dat je echt slecht ter been bent. In plaats van de aangegeven 20 minuten, sta ik al na een kwartier in een enorme grot. Je kunt jezelf bijna niet voorstellen dat het water dit veroorzaakt heeft. Ik sta vol verwondering te kijken naar de grot en het erop beukende water.

grot van Ajuy

grot van Ajuy

De eerste grot lijkt me zeker zo’n honderdvijftig meter diep. Aan het einde zie je daglicht binnenkomen. Daar heeft deze grot dus ook een verbinding met de zee. Ik kies ervoor om niet door te klauteren naar de volgende grot. Met mijn camera onbeschermd om mijn nek wil ik geen risico nemen. Ik had vooraf al gelezen dat het weinig toevoegt aan de beleving.

Na een kwartier besluit ik terug te lopen naar het dorp. Onderweg geniet ik van het uitzicht. Want het gaat hier niet alleen om de grotten. Zoals wel vaker is de weg er naartoe misschien wel net zo mooi als de bestemming zelf.

terugweg naar Ajuy

16:15 uur – drankje

Ik heb er dorst van gekregen. Een biertje zit er niet in, want ik moet zo nog achter het stuur kruipen. Ik ga op een van de twee terrassen zitten en bestel een colaatje. Binnen enkele minuten staat deze verfrissing voor mijn neus.

drankje

Ik heb een onderbroken uitzicht op het strand. Behalve de kletterende golven worden mijn oren ook hier verwend door aangename gitaarklanken. De duidelijk ervaren gitarist speelt op zijn gemak verschillende deuntjes. Heerlijk zo! Voordat ik verder rijd, beloon ik ook deze muzikant met een euro.

duidelijk ervaren gitarist

17:10 uur – Tuineje

Op de terugweg richting Caleta de Fuste kom ik door Tuineje. Dit is een dorp dat wel zijn charme heeft, maar te weinig te bieden heeft om er op deze fase van de dag veel tijd door te gaan brengen. Toch maak ik een korte stop. De manier waarop het zonlicht de lokale kerk beschijnt, triggert me om toch even een paar foto’s te maken. De hele stop duurt nog geen tien minuten.

Tuineje

17:35 uur – Poblado de la Atalayita

Eigenlijk was ik van plan om door te rijden naar Salinas del Carmen. Er is nog voldoende zonlicht om toch nog even een afslag te nemen. Vanaf de FV-2 rijd ik de FV-420 in. Deze weg brengt me naar de Poblado de la Atalayita. Dit is een traditionele nederzetting van meer zes eeuwen oud. Deze archeologische vindplaats dateert uit de tijd van de aboriginals van het eiland, die “mahos” of “majos” werden genoemd.

Vanaf de FV-2 rijd ik de FV-420 in

De nederzetting Atalayita is een benadering van het leven van de oude bewoners van Fuerteventura: hoe ze leefden, hoe ze zich organiseerden, hoe ze met elkaar en met het grondgebied omgingen. Het vrij grote gebied is 24 uur gratis toegankelijk. Het bezoekerscentrum is alleen van 10 tot 14 uur geopend, dus daar kan ik nu niet binnen.

Poblado de la Atalayita

Het is te begrijpen waarom de vorige bewoners hun primitieve bestaan op deze plek opgebouwd hebben. Je woont hier beschut tegen de wind, vlak bij zee en op een van de groenere plekken van het eiland. Prima dus om vee te houden en ook uit het zicht van te blijven van eventuele indringers. De geschiedenis leert ons helaas dat de oorspronkelijke bewoners van Fuerteventura niet op konden tegen de Spaanse kolonisten.

De traditionele bewoners van Fuerteventura, de Mahos, werden in de jaren 1500 gedwongen hun huizen te ontvluchten als gevolg van religieuze vervolging. Ze vestigden zich uiteindelijk op Tenerife, waar ze zich vermengden met Spaanse kolonisten en uiteindelijk opgingen in de plaatselijke bevolking. Hierdoor zijn de Mahos grotendeels van Fuerteventura verdwenen, met achterlating van enkele archeologische overblijfselen en enkele plaatsnamen.

Poblado de la Atalayita

18:10 uur – Pozo Negro

Nu ik hier toch ben, rijd ik het laatste stukje ook maar door. Als je de FV-420 afrijdt dan kom je na enkele kilometers vanzelf in Pozo Negro uit. Daar houdt de weg op. Pozo Negro is een van de rustigste plekjes op het eiland. Misschien dat ik er daarom zo graag kom. Ik pak nog even de kans om hier aan het einde van de dag nog even aan zee te zitten. Het strand is hier totaal anders dan de weelderige zandstranden die ik aan het begin van de dag zag.

Pozo Negro

Het strand van Pozo Negro bestaat uit lavarotsen en grote zwarte kiezels. De golven zorgen voor een rollend geluid als de kiezels een stukje meebewegen zodra de zee zich terugtrekt. Verder heerst hier vooral rust. Een prima plekje dus om de tekst die jij nu leest te schrijven. Dat doe ik op het terras van de enige horecazaak die hier open is. Rechts van mij zitten Duitsers iets te drinken, rechts van mij zit een koppel zichtbaar te genieten van een heerlijke pan paella. Ik word bijna jaloers, want paella kun je op het eiland bijna alleen maar voor twee personen bestellen. En ik ben deze reis alleen. Mijn vrouw heeft deze week in Nederland haar verplichtingen en bezigheden.

tekst schrijven in Pozo Negro

18:45 uur – het laatste zonnetje

Terwijl ik vanuit Pozo Negro terugrijd zie ik dat de laatste zonnestralen door het dal schijnen. Nog even en de zon zal volledig uit het zicht verdwenen zijn. Officieel gaat de zon pas over een kwartier onder, maar het reliëf in het landschap zorgt ervoor dat vanuit de oostelijke kant van het eiland de zon al eerder verdwijnt. Ik geniet nog even van de zonnestralen, wetende wat voor rotweer ik in Nederland mag verwachten na thuiskomst.

het laatste zonnetje

19:00 uur – Salinas del Carmen

De laatste stop van vandaag is in Salinas del Carmen. Dit dorpje ligt enkele kilometers voor mijn hotel. Ik parkeer de auto bij het strand en loop richting het prominent aanwezige skelet. Het skelet is van een vinvis die op 14 april 2000 levenloos aangetroffen was in Majanicho. Het jonge vrouwtje was een langzame dood gestorven als gevolg van touw dat om haar hoofd zat. Hierdoor kon ze zichzelf niet meer voeden en raakte ze uitgehongerd.

Het 19,5 meter lange skelet in Salinas del Carmen

Het 19,5 meter lange skelet is onderdeel van La Senda de los cetácoes. Dit is een verzameling van walvis- en dolfijnskeletten verspreid over het eiland. Doel is om de mens bewust te maken van zijn invloed op de natuur en de biodiversiteit.

Het skelet is opgesteld achter de zoutpannen die tegenwoordig tot het Museo de las Salinas Carmen behoren. Voor een bezoek aan het museum zelf ben ik op dit tijdstip te laat. Ik kan van hieraf wel een blik werpen op de vierkante constructies waarin op natuurlijke wijze zout gewonnen wordt.

Museo de las Salinas Carmen

19:25 uur – vis eten

Voor het avondeten vermijd ik Caleta de Fuste. Mijn ervaring is dat het culinaire aanbod in deze badplaats mager is. Echt goede Spaanse restaurants zitten er volgens mij niet. Voor de rest zitten er vooral restaurants die zich op toeristen richten en dan met name de Britten. Er zit een redelijk Indiaas restaurant in het winkelcentrum, maar echt gezellig zitten doe je daar niet. Ik ben daarom uitgeweken naar Salinas del Carmen. Hier zit het zoutmuseum, maar er staan ook zo’n pakweg dertig woningen. En één restaurant: Los Caracolitos. Dit is zo’n plekje waar je naar zoekt als je van de Canarische keuken wilt genieten.

restaurant Los Caracolitos

Ik heb geen grote trek, dus ik neem geen voorgerecht. Wel laat ik het broodje met de 2 ‘mojos’ (de Canarische sausjes) wegzetten. Die sla ik eigenlijk niet af als ik op een van de Canarische Eilanden ben. Het restaurant zit direct aan zee. En waar je de zee kunt horen, moet je de zee je laten voeden. Ik bestel daarom een lekker vers visje. Een dorade is prima voor één persoon. Ik laat hem bereiden op de manier die ik lekker vind: gegrild met knoflook.

broodje met 2 mojos

De vis is zoals hij hoort te zijn. De kok weet precies het moment te vinden dat de dorade gaar is, maar nog niet doorbakken en daardoor te droog wordt. Met de salade en de Canarische aardappeltjes erbij laat ik het mij smaken.

dorade gegrild met knoflook

De rekening is een aangename verrassing. Er stond voor de verse vis geen prijs op de menukaart. Het gaat op gewicht en tegen de dagprijs. Uiteindelijk kost de vis met garnituur mij € 10,50 plus 7% BTW. De totale rekening komt inclusief het brood en een grote Turia op nog geen 17 euro uit. Ik rond het met alle liefde en plezier af naar twee tientjes. Dat doe ik contant, want in dit restaurant kun je niet met de creditcard of pinpas betalen.

rekening

Mijn dag op Fuerteventura zit er ver op. Na het diner ga ik terug naar het hotel, doe daar een drankje en kijk een film op mijn tablet. Daarna gaan de luikjes dicht.

Soortgelijke berichten

De highlights van Madrid
02 oktober 2017
Valencia op de fiets
26 juli 2016
Sevilla op de fiets
01 mei 2017