Varanasi is niet de eerste stad waar je aan denkt bij een bezoek aan India. Toch wordt dit voor mij de eerste stad in India waar ik een langer bezoek aan ga brengen. De stad, die ook bekendstaat onder de namen Benares en Kashi, ligt in de deelstaat Uttar Pradesh, aan de rivier de Ganges. Varanasi had volgens de laatste officiële volkstelling in 2011 iets meer dan 1,2 miljoen inwoners, maar het daadwerkelijke aantal zal aanzienlijk hoger liggen. De stad wordt gezien als een van de oudste steden van India, die – afhankelijk van welke bron je gebruikt – minimaal 2700 tot 3000 jaar oud zou zijn. De oudste naam van de stad is Kashi, wat “de stralende” of “stad van het licht” betekent.
De Ganges is de heilige rivier voor de hindoes, die het water gebruiken om hun ziel te reinigen door zichzelf erin te wassen. De rivier wordt ook gebruikt om de as van hun overledenen in te verstrooien, om de was te doen, om mee te koken en er wordt zelfs in gevist. De rivier is extreem vervuild en zou tot de meest vervuilde rivieren ter wereld behoren. Dat komt doordat hij door veel steden in India als riool wordt gebruikt, maar ook doordat fabrieken er chemicaliën in lozen en er menselijke resten in drijven. Alles bij elkaar maakt het bijna onbegrijpelijk dat hindoes ervan overtuigd zijn dat het water een genezende en zuiverende functie heeft en dat ze zich er niet alleen in wassen, maar het ook drinken.

Luchtvervuiling
Naast de rivier is ook de lucht in en rondom Varanasi sterk vervuild. In Varanasi hangt vaak een dichte waas van rook en stof boven de stad. Het verkeer met oude dieselvoertuigen, brommers en tuktuks stoot continu uitlaatgassen uit. Daarnaast wordt er veel huisvuil en landbouwafval verbrand, zowel in de straten als rondom de stad. In de winter versterken lage temperaturen en weinig wind de smog, waardoor de vervuiling blijft hangen. Op de foto’s valt de grauwe lucht op. Ook kleine werkplaatsen en baksteenovens in de regio dragen bij aan de slechte luchtkwaliteit. Samen zorgt dit voor structureel hoge fijnstofwaarden, die je longen belasten en het dagelijks leven negatief beïnvloeden.
Wat vooraf ging
Toch gaat deze beroemde pelgrimsplaats mijn eerste echte kennismaking met India worden. Dit doe ik gelukkig niet alleen; dit doe ik samen met Nishant, een goede vriend en India-specialist. We zijn een paar dagen eerder aangekomen in New Delhi en nadat we daar een paar dagen hebben geacclimatiseerd – voor zover dat mogelijk is in New Delhi – reizen we door naar Varanasi. Dat doen we met een binnenlandse vlucht vanaf terminal 2 van het Indira Gandhi International Airport. Dit is overigens een compleet andere terminal dan waar we een paar dagen geleden op aankwamen, dus let goed op op welk vliegveld of welke terminal je moet zijn. We vliegen in anderhalf uur naar het Lal Bahadur Shastri International Airport, waarvandaan we met een Uber naar het hotel rijden.
Ons hotel Mangalmay Kashi ligt verstopt in het krappe, drukke, door kleine straatjes gedomineerde centrum van Varanasi en is niet met de auto bereikbaar. Daardoor moeten we als echte toeristen nog een stuk met onze rolkoffers een weg zien te vinden in dit doolhof. Gelukkig komt een van de werknemers van het hotel naar ons toegelopen en wijst hij ons de weg. Eenmaal daar aangekomen en na een glimp van de hectiek van de stad, lijkt het ons een goed idee om voor de volgende dag een gids te regelen.
Na wat overleg met het hotel krijgen we contact met Vimal Pathak, een gids die zich heeft gespecialiseerd in Varanasi en meerdere pakketten aanbiedt in de stad. Uiteindelijk stellen we in overleg met de gids een complete dag in de stad samen, waarbij we zo goed als alle hoogtepunten en bezienswaardigheden in en rondom Varanasi gaan zien. Uiteindelijk is het niet de gids met wie we eerst contact hadden, maar een van de gidsen die voor hem werkt: Mr. Rohit Shukla. Met hem spreken we af dat hij ons de volgende dag bij het hotel komt ophalen.
05:45 uur – opgehaald door de gids – wandelen naar de Ganges
Als we iets na half zes onze hotelkamers uitlopen, zit onze gids al in de lobby op ons te wachten. Na wat korte beleefdheden neemt hij ons mee richting de Ganges. Tijdens deze wandeling loodst hij ons door de smalle straten van Varanasi, steken we drukke doorgaande wegen over en komen we langs ontelbaar veel winkeltjes en eettentjes, vaak niet groter dan een vierkante meter. Ondanks het vroege uur is het al behoorlijk druk op straat en hoe dichter we bij de Ganges komen, hoe drukker het wordt. Als we uiteindelijk aankomen bij de Dashashwamedh Ghat, staat het daar al aardig vol met mensen. We lopen eerst een klein stukje langs de Ganges voordat we bij onze boot uitkomen.
Ghats in Varanasi zijn lange trappen en plateaus langs de Ganges, waar het dagelijks leven zich letterlijk omheen organiseert. Mensen komen er om te baden, wassen, bidden, yoga te doen, ceremonies uit te voeren en – op specifieke ghats zoals Manikarnika – om crematies te houden.
06:30 uur – boottocht op de Ganges
Onze boot ligt tegenover het “beroemde” Dolphin Restaurant aan de Manmandir Ghat. Daar staat de schipper al op ons te wachten. Hij start zijn verouderde dieselmotor, die na wat tegensputteren gitzwarte rook uitspuugt, en vaart ons langs de verschillende ghats. Terwijl we daar varen, vertelt onze gids over de geschiedenis van de stad en de verschillende rituelen die in en rond de Ganges worden uitgevoerd: waarom de Ganges heilig is voor de hindoes en hoe deze volgens de legendes ontstaan zou zijn. Op deze Wikipedia-pagina kun je er alles over teruglezen.
Net als alle andere dagen dat wij in India zijn, is ook vandaag de luchtkwaliteit slecht en het fijnstofniveau bijzonder hoog. Daardoor krijgen we in eerste instantie weinig mee van de zonsopgang, maar na een kleine twintig minuten op het water zien we toch iets wat op een oranje bol lijkt aan de horizon.
Als we verder langs de ghats varen, komen we uit bij de Manikarnika Ghat, een van de heiligste crematieplekken aan de Ganges. Hier gaan de crematies 24 uur per dag door en worden honderden lichamen per dag verbrand. Voor deze ghat liggen verschillende boten waarop voornamelijk toeristen een glimp proberen op te vangen van dit bijzondere schouwspel. We varen door en zien in de verte de Kashi Vishwanath-tempel liggen en verschillende andere religieuze bouwwerken, maar wat vooral opvalt, is dat het leven zich hier echt volledig afspeelt aan, op en rond de rivier. Terwijl enkele meters verderop nog de crematies plaatsvinden, baden hindoes, spelen kinderen en wordt er gemediteerd. Voordat we terugvaren, brengen we een drijvend bloemenoffer aan de Ganges: we steken een kaarsje aan en leggen het schaaltje met bloemen in de rivier.

07:10 uur – bezoek aan de Kashi Vishwanath-tempel
Nadat we terug zijn aangemeerd, lopen we richting de Kashi Vishwanath-tempel. Onze gids loodst ons snel en behendig door de smalle straatjes en we gaan via de corridor naar het bezoekerscentrum van het tempelcomplex. Daar begint een wat onlogische route: eerst sluiten we aan bij een loket om ons toegangsbewijs op te halen, vervolgens moeten we met hetzelfde kaartje door naar een andere balie om onze tassen en mijn camera af te geven.

Als we het complex echt binnen mogen, leveren we eerst onze schoenen in. Daarna moet ook de telefoon worden afgegeven; foto’s maken is hier geen optie. Met alleen nog een kaartje in de hand lopen we op blote voeten met onze gids naar een aparte doorgang. Dankzij ons fast-ticket mogen we door een uitgangsrij naar binnen, om ons vervolgens vlak voor de tempel toch weer in de gewone stroom bezoekers te voegen.
In de rij klinkt steeds hetzelfde: “Om Namah Shivaya”. De woorden worden gemurmeld, gezongen, gescandeerd. Wij bewegen langzaam mee, tussen metalen hekken en beveiligers die alles nauwlettend in de gaten houden. Af en toe roept er iemand wat woorden van een gebed, die meestal bijval krijgt van enkele tientallen andere bezoekers in de rij. Nishant loopt voor mij, offert melk en spreekt zijn mantra uit. Als ik na hem probeer eerbiedig langs de tempel van Shiva te lopen, word ik vastgehouden door een van de bewakers. Nadat ik “Om Namah Shivaya” na aandringen van haar uitspreek, mag ik verder.

Na het bezoek draaien we de route in omgekeerde volgorde af: telefoons weer ophalen, schoenen terug, tas en camera oppikken. Buiten het complex, bijna tegen de tempel aan, wijst onze gids nog op de Gyanvapi-moskee, een heilige plek voor de hindoes en moslims. Hij legt uit dat hier al lange tijd discussie over is: volgens hindoes zou de moskee ooit gebouwd zijn op de plaats van een oudere tempel, terwijl voor moslims dit simpelweg hun gebedshuis is. Daardoor voelen beide groepen zich sterk met precies dezelfde plek verbonden.
Op dit moment lopen er verschillende rechtszaken over de vraag wie waar mag bidden en wat er met delen van het complex moet gebeuren.
08:10 uur – start stadswandeling met gids en kleine foodtour
Vanaf de corridor duiken we opnieuw de oude stad in. Onze gids stelt voor om eerst iets lokaals te proeven. Bij een klein stalletje in een zijstraat krijgen we Malaiyo, ook wel Makhan Malai genoemd: een luchtig schuim van melk, saffraan en nootjes dat alleen in de winter wordt gemaakt. Het wordt in een klein kleibekertje geserveerd en smaakt meer naar zoete, gekruide slagroom dan naar een traditioneel ontbijt.

Als we iets verder de hoek omlopen, is het tijd voor chai. Een vriendelijke man staat op een pleintje verse chai te maken, die we geserveerd krijgen in kleine theekopjes gemaakt van klei, die hier als een soort van wegwerpbekertjes gebruikt worden. Verder eten we nog kachori, knapperige deeghapjes gevuld met een gekruide linzenvulling, en proberen we golgappa: holle deegballetjes die gevuld zijn met kikkererwten, aardappel en ui. Dit krijg je geserveerd met kruidig water, waar je balletjes mee moet vullen om het geheel vervolgens in één keer in je mond te stoppen. Verder proeven we nog jalebi – kronkels van gefrituurd beslag in suikersiroop – en een portie warme gulab jamun, zachte meelballetjes die gefrituurd worden in ghee en daarna geweekt in zoete siroop van rozenwater en kardemom.


Tussen het eten door wijst onze gids ons op een aantal gebouwen waar we anders zo aan voorbij waren gelopen: de Dharhara Moskee, een 17e-eeuwse moskee uit de tijd van keizer Aurangzeb, en vlak daarnaast de Shri Laxmi Narayan Mandir. Op een hoek passeren we Shreemath Paatshaala, een kleine school. Vanaf daar dalen we af richting de Pancha Ganga Ghat, waar volgens de overlevering vijf heilige rivieren samenkomen, al zie je in de praktijk alleen de Ganges zelf.

We lopen via de Mangalagauri Ghat, Mehta Ghat en een paar andere ghats langs het water. De trapjes, tempeltjes en wasplaatsen lopen in elkaar over; alleen de bordjes maken duidelijk waar de ene ghat ophoudt en de volgende begint.

Bij de rivier is ook de scheve Ratneshwar Mahadev Temple te zien, de “leaning temple” van Varanasi. De tempel staat deels in het water en helt zichtbaar een paar graden uit het lood. Volgens de gids is dit een van de meest gefotografeerde plekken van de stad, al lijkt vrijwel niemand op de kade er echt erg in te hebben.
Niet veel later komen we opnieuw bij de Manikarnika Ghat, de belangrijkste crematieplek aan de Ganges. Hier branden de vuren dag en nacht. Onze gids vertelt dat hier dagelijks honderden crematies plaatsvinden, volgens hem zo’n tweehonderd per dag. Per lichaam zou ongeveer driehonderd kilo hout nodig zijn en het proces duurt rond de drie uur, afhankelijk van het gewicht en het soort hout. Terwijl hij dat zegt, wijst hij naar de hoge stapels hout naast de ghat en de mannen die continu aan het sjouwen zijn.

Vanaf de ghat volgen we een smal pad omhoog. Dit is misschien wel de drukste straat waar ik ooit gelopen heb. Terwijl drommen mensen zich omhoog en omlaag proberen te bewegen, wringen scooters zich ertussendoor. Tussen de menigte door schuifelt een heilige koe, probeert een riksja volgeladen met hout zijn weg naar beneden te vinden en passeert een groep mannen met een lichaam, gewikkeld in een kleurrijke lijkwade. Onze gids legt uit dat mannen vaak in goudkleurige doeken worden gewikkeld, vrouwen in oranje tinten en kinderen in wit. Volgens hem worden bepaalde groepen – zoals jonge kinderen of heiligen – soms niet gecremeerd, maar met een steen aan de enkels in de rivier gelegd.

Terwijl ik probeer niet onder de voet gelopen te worden, spreekt een local me aan met de vraag of ik wil komen kijken bij een crematie die op dat moment bezig is: “take pictures, no problem”. De luchtigheid waarmee hij het zegt, haalt me even uit mijn evenwicht. Ik knik wat ongemakkelijk en loop door zonder antwoord te geven.
Net voor het einde slaan we linksaf, langs een geïmproviseerde securitycontrole, en komen we weer uit bij de corridor rond de Kashi Vishwanath-tempel. Niet ver van waar we die ochtend al waren. Hier is het ineens een heel stuk rustiger.

11:50 uur – naar de Sarnath met een uber
Hier overleggen we met de gids hoe de rest van de dag eruit gaat zien. We zeggen dat we even uit de drukte van de stad willen. Hij geeft ons als tip om even naar Sarnath te gaan. Dit is een stad 10 kilometer buiten Varanasi, die vooral bekendstaat als een van de belangrijkste pelgrimsplaatsen voor boeddhisten. Hier zou Boeddha voor het eerst de dharma hebben onderwezen en zou een boeddhistische gemeenschap zijn ontstaan. We spreken met de gids af dat hij ons terugbrengt naar een doorgaande weg. Daar nemen we Uber naar Sarnath en hij komt ons rond 17:00 weer ophalen bij ons hotel.
12:45 uur – Sarnath
Zodra we in Sarnath uitstappen, voelt alles ineens een stuk rustiger dan in Varanasi. We lopen eerst richting het grote Boeddha-standbeeld bij het Thaise tempelcomplex. Het beeld staat deels in de steigers; borden maken duidelijk dat er gewerkt wordt aan herstel na stormschade. Het blijft, zelfs half in de steigers, een imposante verschijning boven de tuin van Wat Thai Sarnath. In de tempel zelf is het stil. We lopen langs Thaise boeddhistische decoraties, een hal met felgekleurde muurschilderingen.

Daarna steken we de weg over richting het Sarnath Museum. Bij het loket kopen we een combiticket voor het museum en de Dhamek Stoepa. Het prijsbord laat weinig aan de verbeelding over: Indiërs betalen slechts een paar roepies, buitenlanders een veelvoud. Het blijft even wennen, maar eerlijk gezegd is het bedrag nog steeds laag voor wat je te zien krijgt.
Binnen in het museum is het aangenaam koel. Tussen de vitrines staat het beroemde beeld van de Boeddha die zijn eerste preek houdt, en in een andere zaal zien we het leeuwenkapiteel, dat later het symbool van India is geworden. Het museum is niet al te groot en de collectie redelijk eenzijdig. Toch is het een leuke afwisseling in de dag om even een bezoekje aan het museum te brengen.

Met hetzelfde kaartje lopen we daarna het archeologische park in, richting de Dhamek Stoepa. Van dichtbij is het pas echt duidelijk hoe groot dit ding is: een massieve cilinder van baksteen, ruim veertig meter hoog en bijna dertig meter in doorsnede. Dit is de plek waar de Boeddha volgens de overlevering zijn eerste leerrede gaf, midden in het toenmalige hertenpark. Nu lopen er vooral toeristen en pelgrims rond, met hier en daar een monnik onder een boom of op een bankje. Na de drukte van deze ochtend is het heerlijk om even in dit rustige park tussen de ruïnes en opgravingen te lopen.

Net buiten het omheinde terrein staat de Shri Digamber Jain Temple. Binnen is het een stuk stiller en soberder dan in de boeddhistische tempels. Een bord vermeldt dat de tempel is gewijd aan Shreyansnath, de elfde Tirthankara, en dat Sarnath voor Jains ook een belangrijke bedevaartsplek is.

Aan het einde van de middag lopen we nog langs een moderne boeddhistische tempel, de Sarnath Buddhist Temple genoemd – met een grote gouden Boeddha en een Bodhi-boom in de tuin, waarvan de wortels volgens de beschrijving teruggaan op de oorspronkelijke boom in Bodh Gaya. Vanaf daar wandelen we het huidige Sarnath Deer Park in. Er staan geen herten meer, maar als we het park bezoeken, hebben net tientallen schoolklassen het park overgenomen en is het hele grasveld gevuld met kinderen in kleurrijke uniformen. 

16:10 uur – Uber terug naar Varanasi
We lopen via Dharmapala Road richting de grote weg, waar we op zoek gaan naar een taxi. Dit blijkt iets lastiger dan we eerst dachten, aangezien er een file is ontstaan van schoolbussen. Toch lukt het ons na een klein kwartiertje om in een Uber te stappen en terug naar het hotel te rijden.
16:50 uur – terug bij het hotel
De terugweg ging gelukkig iets soepeler dan de heenweg, waardoor we op tijd terug in het hotel zijn om de gids te ontmoeten en we zelfs nog even tijd hebben om ons een beetje op te frissen. Fris is het overigens vrij letterlijk, aangezien er geen warm water in het hotel is.

Als de gids zich weer bij het hotel meldt, heeft hij verschillende opties voor ons. Hij zegt dat er meerdere plaatsen of ghats zijn waar we de Ganga Aarti (spirituele ceremonie aan de Ganges) vanavond kunnen bekijken. We kunnen terug naar waar we vanmorgen waren, de Dashashwamedh Ghat. Dit is een van de traditionele plaatsen om de Ganga Aarti te kijken, of we kunnen naar de Namo Ghat toe, een relatief nieuwe plaats die erom bekendstaat dat het er wat rustiger is. Nog steeds niet helemaal bijgekomen van de hectiek van deze ochtend, kiezen we hiervoor. Dat betekent wel dat we voor vandaag weer afscheid nemen van de gids, want die zal ons morgen weer vergezellen als we de Ganga Aarti gaan kijken bij Dashashwamedh Ghat.
17:20 uur – Uber naar Namo Ghat
Het verkeer is nog steeds chaotisch, maar zodra we richting de rivier draaien, wordt het overzichtelijker. Namo Ghat ligt een stuk buiten de oude stad, vlak bij de brug over de Ganges, en is een relatief nieuwe aanwinst in de rij ghats. De eerste blik op de enorme gevouwen handen – de Namaste-beelden – maakt meteen duidelijk dat dit ghat anders is: moderner, ruimer en zichtbaar gepland in plaats van organisch gegroeid.
17:50 uur – Namo Ghat
We lopen de brede trappen af richting het water. In plaats van nauwe steegjes en overvolle kades is hier ruimte. Families maken selfies met de Namaste-beelden op de achtergrond, kinderen rennen over de traptreden en aan de rand liggen een paar boten te dobberen, wachtend op passagiers. Je ziet dat dit ghat is ontworpen met bezoekers in het achterhoofd: er zijn zitplekken, brede paden langs de rivier en genoeg open ruimte. Voor we een plekje zoeken bij de plaats waar straks de Ganga Aarti zal zijn, kijken we eerst nog even bij een bandje dat livemuziek aan het spelen is. Ver voordat de spirituele ceremonie gaat beginnen, zoeken we al een plekje vooraan op de grond, zodat we het goed kunnen zien. Onderzoeken is er een presentator bezig het publiek op te warmen en in de juiste stemming te krijgen. Omdat ik een van de weinige witte mensen ben in het publiek, komt hij met regelmaat bij mij aan met de microfoon om allerlei vragen te stellen.

18:30 uur – Ganga Aarti
Tegen half zeven begint het drukker te worden; mensen zoeken een plek op de trappen en op de grond. Vooraan worden de verhoogde plateaus voorbereid. Namo Ghat is sinds kort de vierde plek in Varanasi waar dagelijks Ganga Aarti wordt gehouden, juist omdat hier meer ruimte is dan bij de traditionele ghats.
We kijken uit over een rij priesters die zich klaarmaken met grote messinglampen, wierook, schelphoorns en bellen. De Aarti zelf is een ritueel eerbetoon aan de Ganges als godin: met vuur, rook, geluid en ritmische bewegingen wordt dank uitgebracht en om zegen en zuivering gevraagd. Het ritueel voelt af en toe aan als een show met veel rook, vuur en muziek.



19:15 uur – streetfood bij Namo Ghat Fast Food Corner
Na afloop loopt de menigte langzaam uiteen en schuiven wij richting een rij stalletjes en kraampjes iets verder van de trappen. Bij Namo Ghat Fast Food Corner zoeken we een vrij tafeltje tussen plastic stoelen en metalen tafels. Op de kaart staan de gebruikelijke snelle happen: chaat, dosa, kachori, vada pav en chai. We bestellen een paar dingen, maar beginnen met chai. Ondertussen is de streetfoodtour van vanmorgen al even geleden en hebben we een stevige trek gekregen. De verschillende gerechten smaken allemaal fantastisch. Wie mij een week eerder verteld had dat ik mijn dag in India zou vullen met streetfood, die had ik voor gek verklaard.

Terwijl we zitten te eten, komen er een paar kinderen om wat geld schooien. Nishant zegt dat ze geen geld krijgen, maar dat ze iets te eten mogen bestellen. Dat laten ze zich geen twee keer zeggen en ze bestellen wat lekkers bij een van de kramen, dat ze even later aan de tafel naast ons opeten.
20:05 wandelen langs de Ganges
Ondertussen zijn het merendeel van de mensen op Namo Ghat weer vertrokken en om het eten wat te laten zakken, besluiten we geen Uber terug naar het hotel te nemen, maar een wandeling langs de Ganges te maken. Het grote voordeel hiervan is dat er door de trappen bijna geen gemotoriseerd verkeer te vinden is. Waardoor je er relatief rustig kunt wandelen. Het is een wandeling van iets meer dan drie kilometer waar we vanwege de vele hoogteverschillen en hindernissen ongeveer een uur over doen. Onderweg hebben we meerdere malen een prachtig uitzicht op de stad en komen we nog terecht in de opnamen van een Bollywood-videoclip.

We herkennen enkele plekken waar onze gids ons mee naartoe heeft genomen en lopen bij de Dashashwamedh Ghat weer terug naar boven. Daar zoeken we de grote weg op en nemen een tuktuk naar het hoteldistrict van Varanasi, waar we in een rooftopbar een biertje gaan drinken. Onderweg belanden we met de tuktuk nog midden in een bruiloftsstoet.

Het was een bijzondere en heftige kennismaking met Varanasi, in alle opzichten. Dit is geen stad die ik iemand zou aanraden als eerste kennismaking met India, maar wel een stad die op je lijstje moet staan. De bijzondere functie die de stad vervult binnen het hindoeïsme en de manier waarop de inwoners hiermee omgaan, is uniek in de wereld. Terug in Nederland overheerst vooral het gevoel: wat heb ik nu precies meegemaakt? En ergens ook: als ik Varanasi heb overleefd, dan kan ik de hele wereld aan.
Wat we gemist hebben tijdens deze dag Varanasi, maar zeker de moeite waard is.
Ochtendritueel en Ganga Aarti bij Assi Ghat
Vroeg in de ochtend is Assi Ghat een heel andere wereld: yoga op de trappen, muziek, priesteres of priester die de Ganga Aarti uitvoert en een langzaam wakker wordende stad om je heen.
Avond-Ganga Aarti vanaf een boot bij Dashashwamedh Ghat
De klassieke Varanasi-ervaring: op een bootje voor de ghat liggen, de aarti van een afstand zien, overal lichtjes op het water en het geluid van bellen en mantra’s dat over de rivier draagt.

Ramnagar Fort aan de overkant van de Ganges
Een wat vervallen, maar fotogeniek fort met binnenplaats, klein museum, oude auto’s en wapens. Hier zie je nog een restje van het “koninklijke” Varanasi, met uitzicht terug op de stad.
Weefateliers voor Banarasi-sari’s
In kleine werkplaatsen in achterafstraatjes staan weefgetouwen waar zijden sari’s met de hand worden gemaakt. Je ziet hoe langzaam een sari ontstaat en hoeveel vakmanschap erin zit.
New Vishwanath Temple op de BHU-campus
Een grote, moderne tempel op het terrein van de universiteit. Rustig, ruim, opgeruimd en totaal anders dan de drukte rond de oude Kashi Vishwanath in de binnenstad.
Bharat Mata Mandir
Een tempel zonder godenbeeld, maar met een marmeren reliëfkaart van India als middelpunt. Een mix van religie, geschiedenis en nationalisme die je elders niet snel zo ziet.
Kleinere thematempels zoals Annapurna Devi Mandir of Sankata Devi Mandir
Minder bekend bij toeristen, maar belangrijk voor locals. Hier zie je dagelijkse devotie zonder grote show: kleine offers, korte gebeden, een constante stroom bezoekers.
Avond met Hindustaanse klassieke muziek in een haveli of ashram
In sommige oude huizen en ashrams worden kleinschalige concerten gegeven. Zittend op een mat, met een sitar, tabla en zang op een paar meter afstand, ontdek je een heel andere laag van Varanasi.
Lolark Kund bij Tulsi Ghat
Een heilige waterput verstopt tussen de huizen bij Tulsi Ghat: een rechthoekig bassin met steile trappen en een hoge muur aan één zijde. Lolark Kund is gewijd aan een vorm van de zonnegod en vooral bekend door het vruchtbaarheidsfestival Lolark Shasthi, wanneer stellen in alle vroegte het water ingaan om te bidden voor kinderen en gezondheid. Buiten die dagen om is het meestal rustig.

Nog geen reacties op Varanasi: één dag vol rituelen, geloof en oneindige drukte